Als hun kind (bijna) drie jaar is, ontvangen alle ouders van de Rijksoverheid, via de gemeente, de Gids Primair Onderwijs. Het doel van deze gids is ouders te helpen bij de schoolkeuze.
Helaas verstrekt het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen in deze Gids al jarenlang onjuiste informatie. Ook verzuimt zij de mogelijkheden voor vrijstelling van de leerplicht te noemen. Het gevolg hiervan is dat er regelmatig ouders zijn die te laat ontdekken wat hun eigenlijke rechten en plichten zijn. Hieronder vindt u zes fouten uit de Gids Primair Onderwijs voor het schooljaar 2007/2008 op een rij. Daarbij vindt u artikelen uit de Leerplichtwet en de Wet op het Primair Onderwijs die u de juiste informatie geven.
Als ouders doen we een dringend beroep op de Rijksoverheid om haar voorlichtingsmateriaal aan te passen en juiste en complete informatie te verstrekken, niet in strijd met, maar conform de Nederlandse wetten.
Fout 1: als uw kind vijf jaar is, moet uw kind naar school
Op pagina 7 van de Gids wordt de leerplicht uitgelegd:
Als uw kind vijf jaar is, moet uw kind naar school. Uw kind is dan leerplichtig. In de maand nadat uw kind vijf jaar wordt, gaat uw kind vanaf de eerste schooldag naar school.
Fout 2: In ons land moeten alle kinderen naar school als ze vijf jaar oud zijn
Fout 3: ...dat u uw kind moet inschrijven bij een school en wanneer u dit moet doen.
Op pagina 7 van de Gids staat verder:
Wanneer moet u een school kiezen?
Uw kind mag vanaf vier jaar naar school. In ons land moeten alle kinderen naar school als ze vijf jaar oud zijn. Ze zijn dan leerplichtig. Deze leerplicht is wettelijk vastgelegd. Veel gemeenten sturen u een brief als uw kind drie jaar wordt. In die brief staat dat u uw kind moet inschrijven bij een school en wanneer u dit moet doen.
Deze informatie is onjuist en in strijd met artikel 5 tot en met 15 van de Leerplichtwet.
Artikel 5 van de Leerplichtwet luidt:
Artikel 5. Gronden voor vrijstelling van inschrijving
De in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen zijn vrijgesteld van de verplichting om te zorgen, dat een jongere als leerling van een school onderscheidenlijk een instelling staat ingeschreven, zolang
a. de jongere op lichamelijke of psychische gronden niet geschikt is om tot een school onderscheidenlijk een instelling te worden toegelaten;
b. zij tegen de richting van het onderwijs op alle binnen redelijke afstand van de woning - of, indien zij geen vaste verblijfplaats hebben, op alle binnen Nederland - gelegen scholen onderscheidenlijk instellingen waarop de jongere geplaatst zou kunnen worden, overwegende bedenkingen hebben;
c. de jongere als leerling van een inrichting van onderwijs buiten Nederland staat ingeschreven en deze inrichting geregeld bezoekt.
De regeling rond de vrijstellingen wordt in de artikelen 6-15 verder uitgewerkt. Een ouder wordt, door kennisgeving van richtingsbezwaar, van rechtswege vrijgesteld van de plicht tot inschrijving. Voorwaarde is wel dat de kennisgeving aan de wettelijke eisen voldoet. Deze staan verwoord in artikel 6 en 8:
Artikel 6. Kennisgeving
1. De in artikel 2, eerste lid, bedoelde personen kunnen zich slechts beroepen op vrijstelling, indien zij aan burgemeester en wethouders van de gemeente waar de jongere als ingezetene in de basisadministratie persoonsgegevens is ingeschreven, hebben kennis gegeven, voor welke jongere en op welke grond zij daarop aanspraak menen te mogen maken.
2. Deze kennisgeving moet worden ingediend:
a. ten minste een maand voordat de jongere leerplichtig wordt, indien zij betrekking heeft op de aanvang van de leerplicht, en
b. zolang nadien aanspraak op vrijstelling wordt gemaakt, elk jaar opnieuw voor 1 juli.
3. Het tweede lid onder b is niet van toepassing, indien uit de in artikel 7 bedoelde verklaring blijkt, dat de jongere nooit geschikt zal zijn een school onderscheidenlijk een instelling te bezoeken.
Artikel 8. Bedenkingen tegen richting van school
1. Een beroep op vrijstelling op grond van artikel 5 onder b kan slechts worden gedaan, indien de kennisgeving de verklaring bevat, dat tegen de richting van het onderwijs op alle binnen redelijke afstand van de woning - of, bij het ontbreken van een vaste verblijfplaats, op alle binnen Nederland - gelegen scholen onderscheidenlijk instellingen waarop de jongere geplaatst zou kunnen worden, overwegende bedenkingen bestaan.
2. Deze verklaring is niet geldig, indien de jongere in het jaar, voorafgaande aan de dagtekening van de kennisgeving, geplaatst is geweest op een school onderscheidenlijk een instelling van de richting waartegen bedenkingen worden geuit.
De uitzonderingssituaties (verhuizing, overgang van basisonderwijs naar voortgezet onderwijs, zie Memorie van Antwoord, Bijl. Handelingen II, 1967-1968-9039, nr. 5, p. 14) worden evenmin vermeld in de gids.
Fout 4: Uw kind moet dan dus iedere dag ver reizen
Op pagina 11 van de Gids staat informatie die slechts gedeeltelijk juist is en ouders op het verkeerde been zet.
Kosten voor schoolvervoer
U heeft een school voor uw kind gekozen. Nu blijkt dat deze school meer dan zes kilometer van uw huis is. Dichterbij is er geen school waar uw kind naartoe kan. Dat kan als er helemaal geen andere school in de buurt is. Of als de scholen die wel dichtbij liggen, niet passen bij uw godsdienst of levensbeschouwing. Uw kind moet dan dus iedere dag ver reizen. Dit kost extra geld.
Deze alinea geeft ouders de indruk dat er geen andere oplossing voor handen is dan het kind op een school ver van huis te plaatsen als dit vanwege de godsdienst of levensbeschouwing gewenst is. Dit is niet correct. Juist voor ouders van kinderen die elke dag ver zouden moeten reizen, bestaat de mogelijkheid tot richtingsbezwaar.
Wel is er onduidelijkheid over de afstand. De Leerplichtwet zelf spreekt van 'redelijke afstand van de woning'. In de jurisprudentie is sprake van 20 kilometer, maar dit is niet wettelijk vastgelegd en bovendien niet in lijn met de parlementaire geschiedenis die veel kortere afstanden hanteert. Als 20 kilometer wordt aangehouden, is het bovenstaande citaat uit de Gids alleen waar voor de kinderen waarvan de school op een afstand van zes tot twintig kilometer van de woning staat. Staat de gewenste school verder van de woning, dan kunnen de ouders in de huidige juridische situatie een beroep doen op artikel 5b van de Leerplichtwet als zij aan de overige voorwaarden voldoen.
Fout 5: Want kinderen zijn vanaf vijf jaar leerplichtig
Op pagina 23 van de Gids staat:
De leerplichtambtenaar
Gemeentes controleren de leerplicht. Speciale leerplichtambtenaren controleren of kinderen van vijf jaar en ouder naar school gaan. Want kinderen zijn vanaf vijf jaar leerplichtig.
Ook hier worden ouders niet juist geinformeerd en blijft het beeld bestaan dat een ouder geen andere mogelijkheid heeft dan het kind op school te plaatsen. Een correcte formulering zou zijn:
Want Kinderen zijn vanaf vijf jaar leerplichtig, behalve als er sprake is van vrijstellingsgronden zoals verwoord in de Leerplichtwet.
Fout 6: Alle kinderen moeten minimaal acht jaar naar de basisschool gaan
Op pagina 45 van de Gids staat:
Scholen moeten zich houden aan de Wet op het Primair Onderwijs. Daarin staat bijvoorbeeld dat alle kinderen minimaal acht jaar naar de basisschool moeten gaan.
Dit is onjuist op basis van de Wet Primair Onderwijs, de Leerplichtwet, artikel 3, lid 2 en de vrijstellingsartikelen uit de Leerplichtwet.
In de Wet op het Primair Onderwijs staat niet dat alle kinderen minimaal acht jaar naar de basisschool moeten gaan. Wet op het Primair Onderwijs, artikel 8. Uitgangspunten en doelstelling onderwijs, formuleert het als volgt:
7. Het onderwijs wordt zodanig ingericht dat:
a. de leerlingen in beginsel binnen een tijdvak van 8 aaneensluitende schooljaren de school kunnen doorlopen;
Uit deze formulering blijkt duidelijk dat er beslist geen sprake is van minimaal acht jaren. Artikel 39 gaat over de duur van het onderwijs, maar zegt niets over een minimale duur van het basisonderwijs.
Artikel 39. Toelatingsleeftijd; duur onderwijs, lid 4:
4. Leerlingen bij wie naar het oordeel van de directeur van de school de grondslag voor het volgen van aansluitend voortgezet onderwijs in voldoende mate is gelegd, verlaten aan het einde van het schooljaar de school, mits hierover met de ouders overeenstemming bestaat. In elk geval verlaten de leerlingen de school aan het einde van het schooljaar waarin zij de leeftijd van 14 jaar hebben bereikt.
Ook in artikel 41. Verplichte deelname leerlingen aan het onderwijs, wordt geen melding gemaakt van 'minimaal acht jaren'.
De Leerplichtwet laat precies hetzelfde zien.
Artikel 3, lid 2, van de Leerplichtwet luidt:
2. Een jongere die een basisschool in minder dan acht schooljaren heeft doorlopen, wordt voor de toepassing van het eerste lid onder a geacht reeds acht schooljaren een school te hebben bezocht.
Uit het bovenstaande is reeds duidelijk geworden dat op grond van de Leerplichtwet, artikel 5 -15, kan worden betoogd dat het woord 'moeten' in de zin 'Daarin staat bijvoorbeeld dat alle kinderen minimaal acht jaar naar de basisschool moeten gaan' evenmin een wettelijke basis heeft.
Disclaimer: aan dit artikel kunt u geen rechten ontlenen.
|