Vandaag pak ik een onderwerp bij de kop dat tegenwoordig nogal eens stof doet opwaaien: de oproep aan de vrouw om onderdanig te zijn aan haar man als aan de Here (Efeziërs 5:22). 'De man als hoofd van de vrouw' (Efeziërs 5:23) is daarmee onlosmakelijk verbonden.
Lange tijd (vanaf een jaar of tien geleden) kwam het mij het beste uit om te denken dat dit Bijbelse uitgangspunt achterhaald was en ik heb het links laten liggen. Nu ik me er echter in verdiep, kom ik tot interessante ontdekkingen.
Een opmerking die ik vaak hoorde over dit onderwerp is: 'dat was cultureel bepaald. In die gemeente (Efeze) waren kennelijk dusdanige toestanden dat Paulus het noodzakelijk vond om zich zo sterk uit te drukken'.
Ik heb dat een tijdje voor lief genomen, maar vorig jaar november (2007) heb ik mij ertoe gezet om deze mening te toetsen. Hoe heb ik dat gedaan?
- Ik heb gekeken waar in het Nieuwe Testament geschreven wordt over het hoofdzijn van de man en over de onderdanigheid van de vrouw.
- Ik heb vervolgens gekeken wie hierover geschreven hebben.
- Daarna heb ik gekeken aan wíe over dit onderwerp geschreven werd.
Dit zijn mijn bevindingen:
1. Er wordt op meerdere plaatsen over dit onderwerp gesproken.
De teksten zelf staan onderaan dit blogbericht, hier zijn de vindplaatsen:
- Efeze 5:22-33 (Paulus). Man als hoofd van de vrouw: vers 23; oproep aan de vrouw om haar man onderdanig te zijn: vers 22, 24, 33
- 1 Korinthiërs 11:3 (Paulus). Man als hoofd van de vrouw: vers 3.
- Kol. 3:18-19 (Paulus). Oproep aan de vrouw: vers 18.
- Titus 2:3-5 (Paulus). Oproep aan de vrouw: vers 5.
- 1 Petrus 3:1-7 (Paulus). Oproep aan de vrouw: vers 1.
2. Zowel Paulus als Petrus schrijven over dit onderwerp.
Dit maakte mij alert, want daarmee stond de aanname dat Paulus het aan Efeze schreef, omdat bepaalde omstandigheden hem daartoe noopten, op losse schroeven. Paulus baseert zich bovendien op de scheppingsorde (1 Korinthiërs 11:8,9, indirect: Efeze 5:31), daarmee vindt het principe zijn uitgangspunt in het eerste boek van het Oude Testament.
3. De boodschap wordt tot een geografisch groot en verscheiden gebied gericht.
Om te zien aan wie deze boodschap gericht was, ben ik niet alleen nagegaan aan welke gemeente een bepaalde brief geschreven werd, maar heb ik ook gekeken of er aan het begin van de brief andere gemeenten genoemd werden of dat er aan het einde opdracht gegeven werd om deze elders voor te lezen. De uitkomst was interessant, de boodschap ging naar:
-
Efeze (zie Efeze 1:1)
-
Korinthe (zie 1 Korinthiërs 1:2)
-
Kolosse (zie Kolossenzen 1:2)
-
aan de vreemdelingen, die in de verstrooiing zijn in
Pontus (1 Petrus 1:1),
Galatië (1 Petrus 1:1),
Kappadocië (1 Petrus 1:1),
Asia (1 Petrus 1:1) en
Bitynië (1 Petrus 1:1)
-
Laodicea (Kolossenzen 4:16: En wanneer deze brief bij u is voorgelezen, zorgt dan, dat hij ook in de gemeente te Laodicea voorgelezen wordt en dat ook gij die van Laodicea u laat voorlezen.)
-
aan Titus toen hij op Kreta verbleef (Titus 1:5)
Mijn conclusie
Uit deze Bijbelstudie heb ik de volgende conclusies getrokken:
-
het is niet waar dat Paulus over dit onderwerp alleen aan Efeze schreef
-
het is niet waar dat alleen Paulus over dit onderwerp schreef
-
Paulus en Petrus schreven samen aan een geografisch groot gebied
-
het is daarom niet waar dat het schriftgedeelte in de brief aan Efeze uitsluitend betrekking heeft op specifieke omstandigheden in die gemeente
-
deze oproep is daarom voor mijn leven wel relevant en van toepassing.
Een andere conclusie die ik trok, was dat het noodzakelijk is dit onderwerp verder uit te diepen
-
want de kans is groot dat dit leidt tot een antwoord op de vraag waarom mensen tegenwoordig zo vaak communicatieproblemen ervaren in hun huwelijk en tot een deel van het antwoord op de vraag waarom er tegenwoordig zo ontstellend veel huwelijken in een scheiding eindigen.
-
omdat het ook blijkt samen te hangen met het al dan niet gelasterd worden van Gods woord (Titus 2:5).
-
omdat het hoofd zijn van de man en het onderdanig zijn van de vrouw niet op zichzelf staan. Het gaat niet slechts om de menselijke verhoudingen, maar om de verhouding tussen Christus en de gemeente.
De teksten
Efeze 5:22-33:
Vrouwen, weest aan uw man onderdanig als aan de Here, want de man is het hoofd van zijn vrouw, evenals Christus het hoofd is zijner gemeente; Hij is het, die zijn lichaam in stand houdt. Welnu, gelijk de gemeente onderdanig is aan Christus, zo ook de vrouw aan haar man, in alles. Mannen, hebt uw vrouw lief, evenals Christus zijn gemeente heeft liefgehad en Zich voor haar overgegeven heeft, om haar te heiligen, haar reinigende door het waterbad met het woord, en zo zelf de gemeente voor Zich te plaatsen, stralend, zonder vlek of rimpel of iets dergelijks, zó dat zij heilig is en onbesmet. Zo zijn [ook] de mannen verplicht hun vrouw lief te hebben als hun eigen lichaam. Wie zijn eigen vrouw liefheeft, heeft zichzelf lief; want niemand haat ooit zijn eigen vlees, maar hij voedt het en koestert het, zoals Christus de gemeente, omdat wij leden zijn van zijn lichaam. Daarom zal een man [zijn] vader en [zijn] moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen, en die twee zullen tot één vlees zijn. Dit geheimenis is groot, doch ik spreek met het oog op Christus en [op] de gemeente. Intussen ook gij, laat ieder voor zich zijn eigen vrouw zó liefhebben als zichzelf en de vrouw moet ontzag hebben voor haar man.
1 Korinthiërs 11:3-12:
Ik wil echter, dat gij dit weet: het hoofd van iedere man is Christus, het hoofd der vrouw is de man, en het hoofd van Christus is God.
Want een man moet het hoofd niet dekken: hij is het beeld en de heerlijkheid Gods, maar de vrouw is de heerlijkheid van de man. Want de man is niet uit de vrouw, maar de vrouw uit de man. De man is immers niet geschapen om de vrouw, maar de vrouw om de man. Daarom moet de vrouw een macht op het hoofd hebben vanwege de engelen. En toch, in de Here is evenmin de vrouw zonder man iets, als de man zonder vrouw. Want gelijk de vrouw uit de man is, zo is ook de man door de vrouw; alles is echter uit God.
Kolossenzen 3:18,19:
Vrouwen, weest uw man onderdanig, gelijk het betaamt in de Here. Mannen, hebt uw vrouw lief en weest niet ruw tegen haar.
Titus 2:3-5:
(Oude mannen moeten nuchter zijn, waardig, bezadigd, gezond in het geloof, de liefde en de volharding.) Oude vrouwen eveneens, priesterlijk in haar optreden, niet kwaadsprekend, niet verslaafd aan veel wijn, in het goede onderrichtende, zodat zij de jonge vrouwen opwekken man en kinderen lief te hebben, bezadigd, kuis, huishoudelijk, goed en aan haar man onderdanig te zijn, opdat het woord Gods niet gelasterd worde.
1 Petrus 3:1-7:
Evenzo gij, vrouwen, weest uw mannen onderdanig, opdat, ook indien sommigen aan het woord niet gehoorzaam zijn, zij door de wandel hunner vrouwen zonder woorden gewonnen worden, doordat zij uw reine en godvrezende wandel opmerken. Uw sieraad zij niet uitwendig: het vlechten van haar, het omhangen van goud of het dragen van gewaden, maar de verborgen mens uws harten, met de onvergankelijke (tooi) van een zachtmoedige en stille geest, die kostbaar is in het oog van God. Want aldus tooiden zich ook weleer de heilige vrouwen, die hoopten op God, onderdanig aan haar mannen, zoals Sara Abraham gehoorzaamde en hem heer noemde; en haar dochters zijt gij, als gij goed doet en u geen schrik laat aanjagen. Desgelijks gij, mannen, leeft verstandig met uw vrouwen, als met brozer vaatwerk, en bewijst haar eer, daar zij ook mede-erfgenamen zijn van de genade des levens, opdat uw gebeden niet belemmerd worden. |